Dit weekend barstte op X (voorheen Twitter) een levendig debat los naar aanleiding van een opiniestuk van Jonathan Holslag. Hij bekritiseerde het huidige onderwijsmodel en stelde dat het kritisch denken van studenten in de verdrukking komt. Ook hekelde hij de opschaling van het onderwijs, waardoor persoonlijk debat steeds moeilijker wordt.
Als lesgevers in het hoger onderwijs – inmiddels al meer dan tien jaar – herkennen we de groeiende klasgroepen die Holslag benoemt. Toch delen we zijn pessimisme niet. Dat de kwaliteit van het onderwijs daardoor zou dalen of dat docenten gedegradeerd zouden worden tot ‘intellectuele hamburgerdraaiers,’ zoals hij stelt, vinden we een brug te ver. Docenten hebben nog steeds veel vrijheid om hun lessen af te stemmen op hun publiek. Maar wat is dan wél de uitdaging, en waar ligt de oplossing?
De blik van de student: hoe je publiek je vormt
Als docent sta je vooraan in de klas. Je ziet hoe studenten binnenkomen, observeert hun blik en probeert in te schatten of je hen kunt boeien. Binnen een fractie van een seconde – minder dan 20 milliseconden – vormt een student zijn oordeel over jou. Val je tegen? Dan ben je ze een paar weken later kwijt.
Holslag wijst op overvolle aula’s. Maar eerlijk? Wees als docent blij als je die aula nog vol krijgt. Dat betekent dat studenten je interessant genoeg vinden om te komen luisteren. Voor sommige collega’s verandert de aula na enkele maanden echter in een lege zaal, op een paar enthousiastelingen na.
Tijdens de les zie je dan vaak laptopschermen vol sociale media, WhatsApp-berichten, Candy Crush of zelfs voetbalwedstrijden. Multitasking is de norm. Maar het nadeel hiervan is dat studenten minder dan de helft oppikken van wat je zegt. Als je hen onverwacht een vraag stelt, merk je soms zelfs ergernis: waarom stoor je hen in hun afleiding?
De jongeren die nu in onze klassen zitten, groeiden op met smartphones, korte video’s en snelle interacties via Snapchat. Voor hen is een docent niet langer een autoritaire figuur, maar iemand die zich moet bewijzen. Wat ga jij mij leren? Die vraag stellen ze impliciet elke les. Logisch, een docent staat fysiek vooraan zoals een muzikant op een podium. Klaar om beoordeeld te worden.
Die attitude verandert van zodra je de HDMI-kabel in hun laptop stopt en hen mee laat lesgeven. Flip the classroom, heet dat. Zo zijn er collega’s van mij die elke les vragen aan de studenten om de vorige les kort samen te vatten via een presentatie. De studenten weten vooraf dat ze dit moeten doen en worden zo niet verrast op het moment. Ze worden gecoacht om voor de groep te staan of mogen ook gewoon op hun plek bijven zitten om de samenvatting te geven.
Een andere toffe manier om de aandacht erbij te houden is vakken te laten geven door verschillende docenten en gastsprekers. Studenten raken het soms beu om telkens naar de zelfde stem te luisteren en op hetzelfde gezicht te kijken. Als er meerdere invalshoeken de revue passeren, dan blijft het boeiend.
Het neurologisch DNA van de klas
Niet iedereen leert op dezelfde manier. Dit komt door neurologische verschillen. Sommige studenten zijn introvert en voelen zich ongemakkelijk in een grote aula. Voor hen kan het krijgen van een onverwachte vraag een stressvolle ervaring zijn. Tijdens de coronacrisis werd dit extra zichtbaar: online, via Teams, voelden veel introverte studenten zich veiliger om vragen te stellen via de chat. Tegelijkertijd misten extraverte studenten juist het fysieke contact en de levendigheid van de campus.
Onderwijs vraagt om maatwerk. Toen ik twintig jaar geleden zelf in de aula zat, zat ik ook tussen 200 anonieme studenten. Het was grotendeels éénrichtingsverkeer. De professor dicteerde, studenten moesten volgen. Feedback geven? Dat gebeurde nauwelijks. Nu is de dynamiek anders. Studenten durven weerwoord te geven. Ze doen dit via hun studentenvertegenwoordiging, rechtstreeks of via verschillende tools die de school aanbiedt om hun stem te laten horen.
Toen een student bijvoorbeeld tegen Holslag zei: ‘You are intruding into my safe space,‘ leverde hij eigenlijk kritiek op de onderwijsmethode van de professor. Dit is geen zwaktebod, maar juist een kans. Het is een uitnodiging om in dialoog te gaan: Wanneer voel jij je veilig om te leren? Wat heb je nodig om hier te groeien?
Innovatie in onderwijs: technologie als gamechanger
Dit jaar stond ik voor de uitdaging om in minder dan twee weken een volledige online cursus te maken voor 100 studenten, mét ruimte voor persoonlijke coaching. Een onmogelijke opdracht, zou je denken. Toch vond ik een oplossing door gebruik te maken van artificiële intelligentie.

Ik creëerde een avatar van mezelf (een kloon), die lessen kon opnemen en aanpassen op basis van input. Wat normaal 20 uur opnames kostte, werd gereduceerd tot de helft. Bovendien gebruikte ik AI om een gepersonaliseerd e-book te maken, gebaseerd op mijn eigen kennis en vakgebied. Dit proces toont het belang van menselijke expertise, maar ook de mogelijkheden van technologie om efficiëntie te verhogen.
Ik geloof dat onderwijs in de toekomst steeds meer zal lijken op een filmstudio: een plek waar lesmateriaal wordt ontwikkeld als films, podcasts, boeken en interactieve sessies. Als je pakweg naar Disney gaat, dan zie je daar een concept waarbij films een publiek krijgen, ruimte om samen workshops en praktische oefeningen te doen, ontmoetingen met de makers, etc…Studenten, docenten en zelfs robots kunnen samenwerken om creatieve oplossingen te bedenken. Het resultaat? Een gepersonaliseerd, hybride leertraject waarin iedere student op zijn eigen manier kan groeien. Zo ga je dichter bij de studenten staan en ontstaat er meer ruimte om echte verbinding te maken.
Het onderwijs van de toekomst ontstaat niet in ivoren torens, maar in dialoog met studenten. Het is een maatschappelijk platform en een publieke dienst. Studenten moeten hun stem blijven laten horen en protesteren wanneer systemen verouderen. Stilstand betekent immers achteruitgang. Dankzij technologie en een open mindset kunnen we samen bouwen aan een onderwijsmodel dat ruimte biedt voor zowel kritisch denken als persoonlijke groei. Holslag heeft gelijk dat er uitdagingen zijn, maar de oplossing ligt binnen handbereik – als we bereid zijn om samen vooruit te kijken.